21ème siècle

De komst in 2003 van het nieuwe Vlaams Audiovisueel Fonds (VAF) wordt als veelbelovend ervaren voor de Vlaamse animatiefilmerij. Maar de beschikbare subsidie voor animatie blijft al met al beperkt. De samenwerkingsovereenkomst VAF-Vlaamse Gemeenschap 2014-2018 bijvoorbeeld voorziet een jaarlijks subsidiebudget voor lange en korte animatiefilms van 1,675 miljoen €.

Verscheidene Vlaamse productiebedrijven leggen zich toe op coproducties met het buitenland. Internationaal succes was er voor de lange tekenfilm « LES TRIPLETTES DE BELLEVILLE » (Sylvain Chomet, 2003). Het hoofdzakelijk Frans-Canadese project werd verwezenlijkt met een belangrijke artistieke en technologische inbreng van de Vlaamse producent Vivi Film (Viviane Vanfleteren) en de studio’s ArtDog (Geert Van Goethem) en Walking the Dog (Eric Goossens & Anton Roebben). Vivi Film en Walking the Dog werken mee aan de internationale coproductie “Brendan and the Secret of Kells” (2009, Tomm Moore). Walking the Dog is nadien bij nog meer Europese coproducties betrokken, o.m. “Pinocchio” (2012, Enzo D’Alò) en “Jack et la Mecanique du Coeur” (Jack en het Koekoekshart, 2013, Stéphane Berla & Mathias Malzieu). Het Gentse productiehuis Lunanime richt in 2010 Studio Lumière op, waar in coproductie met het Franse Folimage aan de lange tekenfilms “Une Vie de Chat” (Van de kat geen kwaad, 2010) en “Phantom Boy” (2015, allebei van Jean-Loup Felicioli & Alain Gagnol), wordt gewerkt, in traditionele animatie op papier. Het Gentse postproductiebedrijf, Grid, gespecialiseerd in 3D en visuele effecten, heeft een ruime inbreng in de productie van “Le domaine des dieux” (Asterix en de Romeinse Lusthof, 2014). Een factor die deelname aan Europese coproducties soms vergemakkelijkt is de sinds 2003 geldende voordelige Belgische tax shelter regeling.

Een nieuw individueel talent is JONAS GEIRNAERT. Deze KASK-student stuurde op eigen houtje een werkkopie van zijn afstudeerfilm “Flatlife” naar Cannes en kreeg daar in 2004 prompt de Prijs van de Jury in de categorie korte films. “Flatlife” (11’) toont hoe in vier aangrenzende flats van een woonblok vier mensen dagdagelijkse dingen verrichten en hoe hun acties interfereren, met komische gevolgen. De tekenfilm won een dertigtal prijzen. De volgende jaren was Geirnaert druk bezig met cabaret en komisch tv-werk.

In 2006-2007 sleept een andere KASK-student, ROMAN KLOCHKOV, een tiental prijzen in de wacht met “Administrators”, een komische tekenfilm met sociaal-kritische ondertoon. In 2012 volgt zijn eerste professionele werk: de korte tekenfilm “Natasha” (14’), opnieuw met dieren in de hoofdrollen. Het grappige verhaaltje valt op door zijn exuberante en kleurrijke vertel- en tekenstijl en wordt herhaaldelijk bekroond.

Emma De Swaef maakt na haar opgemerkte eindwerk “Zachte Planten” (2008, Sint-Lukas Brussel) samen met Marc James Roels de poppenfilm “Oh Willy…” (16’, 2012) over een sullig mannetje dat de natuur intrekt en er bizarre dingen meemaakt. Personages zowel als decors in “Oh Willy…” zijn van wol, vilt en stof. De pluizige kortfilm verovert de wereld. Hij wint een 80-tal prijzen op alle mogelijke festivals. Deze Belgisch-Frans-Nederlandse coproductie is gerealiseerd door de in stop motion gespecialiseerde studio Beast Animation van Ben Tesseur en Steven De Beul.

Wouter Bongaerts won eind 2010 met het computeranimatiefilmpje “Mouse for Sale”, zijn eindwerk aan de MAD Faculty Genk, de eerste VAF-Wildcard voor animatie (60.000 €, te besteden aan een eerste buitenschools werk). “Mia” (9’20”) over een 7-jarig meisje dat even haar moeder kwijtraakt in de grootstad, volgt in 2013. Het charmante werkje levert Bongaerts verscheidene prijzen op.