JOSEPH PLATEAU (1801 – 1883)

De naam Joseph Plateau is rechtstreeks verbonden met de ontdekking van het technische principe van ‘bewegende beelden’. Plateau ontdekte en formuleerde het fenomeen van de gezichtstraagheid: het fysisch verschijnsel waarbij een beeld nog gedurende een zeer korte tijd op het netvlies van het oog blijft ‘hangen’. We kennen allemaal dit verschijnsel wanneer we in een lichtbron kijken en dan de ogen dichtknijpen: de lichtvlek blijft nog op het netvlies nawerken.

Op basis van dit gegeven construeerde Plateau in 1831 zijn phenakistiscoop (Grieks voor ‘vals beeld’), een toestel waarmee hij een serie van opeenvolgende tekeningen doorlopend ‘in beweging’ kon brengen. Hiermee legde hij de basis voor de filmindustrie. Hij wordt dan ook meestal geciteerd als onmiddellijke voorloper van de film, en van de animatiefilm in het bijzonder. Wanneer hij in 1835 professor aan de Gentse Universiteit wordt, heeft hij de ontdekking van de phenakistiscoop reeds op zijn naam staan. Het zou echter nog 60 jaar duren vooraleer de gebroeders Lumière in Parijs de eerste filmvoorstelling uit de geschiedenis zouden houden.

Een meer gedetailleerde biografie van Joseph Plateau is te vinden op de website van het Museum voor de Geschiedenis van de Wetenschappen van de Universiteit Gent: www.mhsgent.ugent.be\\nl-plat.html . Een zeer volledig werk over Plateau is het drietalige “Joseph Plateau 1801-1883 – Leven tussen kunst en wetenschap” van Maurice Dorikens, in 2001 uitgegeven door de provincie Oost-Vlaanderen n.a.v. de tentoonstelling in Gent bij de 200ste verjaardag van zijn geboorte.


DE PHENAKISTISCOOP

In 1831 beschrijft Joseph Plateau in zijn publicatie “Sur un nouveau genre d’illusions d’optique” de constructie en de werking van een schijf met 16 spleten en 16 tussenliggende velden. Wanneer in de velden 16 identieke figuren worden getekend, dan ziet men door de spleten van de draaiende schijf in een spiegel het beeld van één stilstaande figuur. Maar de geniale bijdrage van Plateau is dat hij, in plaats van 16 maal dezelfde figuur te gebruiken, 16 figuren tekent die steeds iets van elkaar verschillen. Door de “nawerking” op het netvlies van het oog zullen de snel opeenvolgende figuren in elkaar overvloeien en wordt visueel een “beweging” geconstrueerd.

Om deze reden wordt Plateau genoemd als de voorloper van de film, juister zou zijn ‘voorloper van de animatiefilm’. Hij analyseerde immers de beweging in sleuteltekeningen, en bepaalde dat één tekening ongeveer 1/12e van een seconde moet duren om een vloeiende beweging te verkrijgen. Dit principe van ‘twaalf tekeningen per seconde’ geldt vandaag nog steeds in de animatiefilmerij.

De phenakistiscoop bestaat uit een houder met daarop een ronde schijf waarop een aantal licht verschillende tekeningen bevestigd zijn, gescheiden door smalle spleten. Laat men de schijf voor een spiegel draaien en bekijkt men door de voorbijkomende spleten de reflectie van de opeenvolgende beelden, dan ziet men een beweging ontstaan. De phenakistiscoop was zo’n spectaculaire ontdekking – in een tijd waarin enkel het theater voor volksvermaak kon zorgen – dat het toestel prompt in serie vervaardigd werd voor huiskamervermaak. Die toestellen gingen als warme broodjes over de toonbank.

(Ontwerptekening voor een phenakistiscoopschijf met de voorstelling van een danser die een pirouette uitvoert.)